'Er is een tijd van komen en een tijd van gaan.' Waar komt die uitdrukking vandaan?

'Er is een tijd van komen en (er is) een tijd van gaan' betekent: 'aan alles komt een einde'. Het kan op een beschouwende, filosofische manier gebruikt worden, zoals bij het afscheid van iemand die lange tijd een bepaalde functie heeft bekleed. Maar het wordt net zo goed gebezigd in heel prozaïsche situaties, bijvoorbeeld om te zeggen dat je na een bezoek weer opstapt - of om het bezoek een hint te geven dat het tijd wordt om te vertrekken.

Dit spreekwoord wordt vaak verbonden met het bijbelboek Prediker. Het staat er niet letterlijk in, maar het is precies in de geest van deze passage (tekst uit de NBV):

Voor alles wat gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om te doden
en een tijd om te helen,
een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen.
Er is een tijd om te ontvlammen
en een tijd om te verkillen,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.
Er is een tijd om te zoeken
en een tijd om te verliezen,
een tijd om te bewaren
en een tijd om weg te gooien.
Er is een tijd om te scheuren
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.

Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale noemt het verband met de Bijbel opvallend genoeg niet, maar schrijft dat de uitdrukking grote bekendheid heeft gekregen door het gedicht 'Komen en gaan' van P.A. de Genestet, dat begint met: "Daar is een tijd van komen, / Daar is een tijd van gaan". Verder merkt Van Dale heel aards op: "Nog altijd populair is de onderbroekenlollige variant: 'D'r is 'n tiet van komm'n en 'n tiet van goan.' Deze is ontleend aan de mop waarin een plat pratende boer bij aankomst op een feest in de ene en bij vertrek in de andere borst van de gastvrouw knijpt; op haar vraag waarom hij dat doet, geeft hij bovengenoemd antwoord."

'Er is een tijd van komen en een tijd van gaan' wordt nog weleens aangevuld tot 'Er is een tijd van komen en een tijd van gaan, en de tijd van gaan is nu gekomen.' Meestal is dat ironisch bedoeld.