Wat is de herkomst van ergens prat op gaan?

Ergens prat op gaan betekent 'trots op iets zijn' of 'zich ergens op beroemen'. In deze zegswijze betekent prat volgens Van Dale 'fier', 'trots' en 'hovaardig'.

Prat werd volgens het Etymologisch Woordenboek van Van Dale voor het eerst in 1546 op schrift aangetroffen. Het woord kwam voor in de spellingvarianten parte, perte en pratte, en betekende 'list', 'arrogantie'; pratten betekende 'trots zijn', 'pronken', 'zich verheugen'. Het werkwoord pralen ('pronken') is van invloed geweest op de betekenis van prat in 'ergens prat op gaan'.

De herkomst van het Middelnederlandse parte/perte/pratte is helaas onduidelijk.