Waar komt het leeuwendeel van iets krijgen vandaan?

Wie het leeuwendeel van iets krijgt, krijgt het grootste deel. Vaak ook wordt gezegd dat iemand het leeuwendeel voor zijn rekening neemt, wat meestal wil zeggen dat hij of zij het meeste werk op zich neemt.

De zegswijze gaat terug op een fabel van Aesopus. Aesopus (in het Grieks Aisopos) was een Griekse slaaf die leefde van 620 tot 560 v.Chr. Hij is beroemd gebleven om zijn dierfabels. Een dierfabel is een verhaal waarin dieren kunnen praten en handelen als mensen. Meestal bevat zo'n fabel een duidelijke zedenles of moraal. De fabels van de Romeinse dichter Phaedrus en van de 17e-eeuwse Franse dichter Jean de la Fontaine zijn voor een groot deel op de fabels van Aesopus gebaseerd.

Het leeuwendeel is ontleend aan een fabel waarin een koe, een geit en een schaap met de leeuw op jacht gaan. In een vertaling van John Nagelkerken van Phaedrus, Fabels (1998):

Een koe, een geit en een arm schaap, altijd de klos,
hadden een leeuw op jacht geholpen in het bos.
Toen ze een indrukwekkend hert hadden gedood,
deelde de leeuw het in vier porties en gebood:
'Als koning krijg ik uiteraard het eerste stuk.
Het tweede ook: de jacht was zonder mij mislukt.
Het derde is een blijk van eerbied voor mijn kracht.
Wie aan de vierde portie komt wordt afgeslacht.'
Zo kreeg hij heel de buit laaghartig in zijn macht.

Andere talen kennen het leeuwendeel ook. F.A. Stoett vermeldt dat het Frans spreekt van la part du lion, het Duits van der Löwenanteil en het Engels van the lion's share.