Wat is juist: in het gevlei komen of in het gevlij komen? En waar komt deze uitdrukking vandaan?

In het gevlij komen is juist. Deze uitdrukking betekent 'doen wat iemand graag heeft, zeggen wat iemand graag hoort, alleen maar om bij hem of haar in de gunst te komen, omdat je verwacht dat je daar voordeel van hebt'. Bijvoorbeeld: 'Iedereen probeerde in het gevlij te komen bij de winnaar van de Postcodeloterij.' 

Gevlei bestaat ook: het is afgeleid van vleien ('overdreven vriendelijk zijn, overmatig prijzen'). Bijvoorbeeld:

  • Een potje slijmen bij je baas kan veel succes hebben, als je er tenminste voor zorgt dat je gevlei geloofwaardig blijft.
  • Toen hij merkte dat zijn gevlei geeft effect had, werd hij meteen een stuk minder vriendelijk.

Waar komt in het gevlij komen vandaan?
Vlijen betekent letterlijk 'netjes neerleggen' en ook 'zich schikken, zich voegen naar, zich plooien naar'. Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) is de uitdrukking in het gevlij komen in de negentiende eeuw ontstaan op basis van een oudere uitdrukking: in het gevlij spreken. Daarmee werd bedoeld 'twee partijen zo proberen te bepraten dat ze zich verzoenen'. Ook F.A. Stoett geeft deze herkomst.

Het Prisma Stijlboek (1983) geeft een andere uitleg: "We moeten (...) denken aan arbeiders die metselstenen uit een schip op een vrachtauto laden: ze geven de stenen met vier of vijf tegelijk aan elkaar door en de man in de auto vlijt ze op elkaar, dat wil zeggen hij legt ze netjes neer; de laatste man doet het belangrijkste werk, de anderen mogen niet te vlug of te langzaam werken, ze moeten bij de man op de auto in het gevlij komen!" Ook K. ter Laan (Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen) vermoedt een direct verband met handwerk (dus: letterlijk dingen netjes neerleggen/-vlijen): "Vlijen is 'netjes schikken', bv. turf vlijen, de schoven vlijen op de wagen en in de schuur. Vandaar 't gevlij = 't schikken en plooien."