Waar komt de zegswijze in je nopjes zijn vandaan?

In je nopjes zijn betekent dat je erg tevreden over iets bent en/of je vrolijk voelt.

Volgens het Idioomwoordenboek van Van Dale (1999) zijn de nopjes in deze zegswijze de noppen (pluisjes) op wollen stoffen. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij nop: "Oneffenheid, pluis, vlokje (en dergelijke) aan de oppervlakte van een geweven stof, door een bijzondere wijze van weven en bewerken ontstaan." Later werd noppen of nopjes een aanduiding voor kleren in het algemeen, met name nieuwe kleren, waarvan de noppen nog niet afgesleten zijn. Het ging daarbij vaak om zondagse kleren of feestkleren, die dus meestal gedragen werden als men zich blij voelde. Zo verschoof de betekenis van in je nopjes zijn van 'mooie, nieuwe kleren dragen' naar 'verheugd en tevreden zijn'.

Het WNT geeft ook nog de veelzeggende zegswijze: "Kinderen zijn een zegen des Heeren, maar zij houden de noppen van de kleeren."