Moet er voor Museum Boijmans Van Beuningen een lidwoord (het) staan in de zin: 'We gaan naar een tentoonstelling in (het) Museum Boijmans Van Beuningen'?

Nee, dat hoeft niet. Museum Boijmans Van Beuningen behoort namelijk tot een bijzondere subcategorie van namen uit de groep 'eigennamen voor gebouwen, monumenten, pleinen, straten, enz.' Gewoonlijk krijgen die een lidwoord. We schrijven en spreken over het Rijksmuseum, de Koninklijke Stallen, het Zuiderpark, de Dom, het Circustheater of het Concertgebouw. Als aan zo'n eigennaam echter onmiddellijk een soortnaam voorafgaat, blijft het lidwoord vaak achterwege:

  • Je vindt het restaurant in de buurt van paleis Noordeinde.
  • We vierden ons huwelijk in restaurant Zeldenrust.
  • Heb je die documentaire over slot Loevestein gezien?

Door het lidwoord weg te laten wordt de soortnaam als het ware bij de eigennaam 'getrokken'. Dat kan ertoe leiden dat de soortnaam – als deel van de eigennaam – een hoofdletter krijgt:

  • De examenresultaten van Hogeschool Constantijn Huygens.

Mét lidwoord is de grens tussen soortnaam en eigennaam veel duidelijker:

  • De examenresultaten van de hogeschool Constantijn Huygens.

Aan de eigennaam Boijmans Van Beuningen gaat eveneens onmiddellijk een soortnaam (Museum) vooraf. Die combinatie maakt het lidwoord ook hier overbodig:

  • De directeur neemt afscheid van Museum Boijmans Van Beuningen.

Een naam als Museum voor Volkenkunde krijgt in zinsverband echter wél een lidwoord:

  • Wij bezoeken het Museum voor Volkenkunde.

Deze naam behoort niet tot de hier besproken subcategorie: volkenkunde is geen eigennaam en wordt bovendien van museum gescheiden door voor.