Wat is juist: niet voor rede vatbaar zijn of niet voor reden vatbaar zijn?

Juist is niet voor rede vatbaar zijn ('niet willen luisteren naar argumenten'). (Niet) voor reden vatbaar zijn is sterk verouderd; het wordt tegenwoordig als onjuist beschouwd.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij vatbaar: "In de vaste, meestal in ontkennenden zin gebruikte verbinding voor rede(n) vatbaar zijn, zich willen laten overtuigen." Het historische WNT keurde dus nog zowel rede als reden goed, maar moderne woordenboeken vermelden alleen (niet) voor rede vatbaar.

In het Middelnederlands waren rede en reden(e) nevenvormen van elkaar. De woorden hadden dezelfde betekenissen: 'denkvermogen', 'redenering, vertelling' en 'reden, oorzaak'. In de loop van de vijftiende eeuw begon er een onderscheid tussen beide woorden te ontstaan. Rede werd steeds meer gebruikt in de betekenissen 'denkvermogen, oordeel' en 'het spreken, toespraak'. Reden kreeg vooral de betekenis 'oorzaak, grond, motief'.

Aan het eind van de achttiende eeuw was deze splitsing min of meer voltooid. Daarom spreken we nu bijvoorbeeld van met rede begaafd zijn ('over denkvermogen beschikkend'), iemand tot rede brengen ('zorgen dat iemand weer naar gezond verstand luistert') en voor rede vatbaar zijn ('willen luisteren naar argumenten') naast voldoende reden hebben om iets te doen, daarom is geen reden en een reden van bestaan ('bestaansgrond').