Waar komt Oost-Indisch doof zijn vandaan?
 

Oost-Indisch doof zijn betekent 'doen alsof je niet hoort dat iemand je iets vraagt of iets tegen je zegt'.

Waar de zegswijze vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) schrijft hierover: "De uitdrukking dateert uit de 19e eeuw. P.J. Harrebomée vermoedde dat 'deze hebbelijkheid van niet te willen luisteren naar eene vermaning of een verzoek wel het meest op de Oost-Indiërs toepasselijk is, daar hun, door de heete luchtsgesteldheid, eene natuurlijke traagheid eigen is'. Waarschijnlijk moeten we echter denken aan Indische vorsten die zich bij contacten met westerse machthebbers vaak doelbewust van de domme hielden." F.A. Stoett denkt dat die vorsten dat vooral deden om uitstel te winnen bij de Nederlanders.