Waar komt de uitdrukking op de bon geslingerd worden vandaan?

Op de bon geslingerd worden betekent 'een bekeuring krijgen'. Het is van oorsprong soldatentaal.

Het hier gebruikte zelfstandig naamwoord bon gaat terug op het Franse woord bon ('goed'). Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal werd bon aanvankelijk gebruikt in de betekenis "aanteekening (t.w. het Fransche woord 'bon'), door een onderwijzer onder 'goed' schoolwerk geschreven". Later werd het overdrachtelijk gebruikt in zijn bon op iets geven, dat 'iets goedkeuren' betekende. Daarnaast kreeg het de betekenis 'schriftelijk bewijs dat je kunt laten zien, zodat je de op de bon vermelde zaak krijgt uitgereikt'.

Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) vermeldt het volgende voorbeeld (uit de negentiende eeuw): "bon voor de uitdeeling van bier en tabak". Volgens het EWN is het zelfstandig naamwoord bon geïsoleerd ('losgeweekt') uit de Franse verbinding bon pour ('goed voor').

In de vierde druk van Van Dale (1898) komt voor het eerst iemand op den bon zetten voor, met de betekenis 'rapport maken van iemand'. Er wordt aan toegevoegd dat deze zegswijze uit het leger stamt. In de vijfde druk (1914) wordt bij iemand op de bon zetten de betekenis 'iemand bekeuren' toegevoegd. In de achtste druk (1961) staat voor het eerst iemand op de bon slingeren, met de toevoeging dat dit informele soldatentaal is.

Het Soldatenwoordenboek van Leen Verhoeff (1995) vermeldt een bon krijgen dan ook, met de betekenis 'door een meerdere rapport aangezegd krijgen'. Varianten zijn op de bon/op rapport gezet/geslingerd worden.