Waar komt op je tandvlees lopen vandaan? 

Als je op je tandvlees loopt, wil dat zeggen dat je bijna niet meer verder kunt. Bijvoorbeeld omdat je na uren wandelen nog geen cafeetje hebt gevonden om iets te drinken, of omdat je zo hard hebt gewerkt dat je (bijna) uitgeput bent. Op je tandvlees wil dus zeggen dat je je allerlaatste krachten moet aanspreken.

Het tandvlees is het zachte weefsel waarmee de randen van de kaakbeenderen bekleed zijn en waarin de tanden zitten. Tandvlees werd vroeger ook figuurlijk gebruikt; er werden dan de randen van de schoenen mee bedoeld. Op zijn tandvlees lopen betekende dat het bovenleer van iemands schoenen bijna de grond raakte doordat de zolen versleten waren. Omdat er bijna geen zool meer over was, stond hij dus zo ongeveer op de randen van het bovenleer van de schoen. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) verklaart de herkomst van de uitdrukking zo: het bovenleer is iemands tandvlees en de zool is het gebit, dat helemaal afgesleten is. F.A. Stoett vermeldt: "op de randen van het overleer der schoenen loopen; op doorgesleten schoenen loopen". 

Op zijn tandvlees lopen betekende dus eerst 'op zeer versleten schoenen lopen', en daarna 'erg arm zijn', want wie op zodanig versleten schoenen loopt, heeft kennelijk écht geen geld om nieuwe schoenen (of zolen) te kopen. Later kreeg op je tandvlees lopen de betekenis 'op zijn, er helemaal doorheen zitten, doodmoe zijn'.