Waar komt op zijn poot spelen vandaan?

Op zijn poot spelen betekent 'tekeergaan', 'razen', 'tieren'.

De herkomst van deze uitdrukking is helaas niet bekend. Ter Laan vermeldt in zijn Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen: "Oorsprong onbekend. Men denkt wel aan poot = hand, en dan schertsend: iemand een slag met de hand geven; figuurlijk: 'iemand uitmaken' [= 'tekeergaan tegen iemand']."

F.A. Stoett wijst erop dat spelen vroeger vaker voorkwam in vergelijkbare uitdrukkingen met de betekenis 'tekeergaan', zoals het Groningse op zien klomp speulen en het Antwerpse op zijnen hiel spelen. Stoett vermoedt eveneens dat poot in op zijn poot spelen oorspronkelijk 'hand' betekende, en voor de grap is gevormd naast met zijn handen spelen ('iemand een klap geven').

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) citeert enkele andere verklaringen uit verschillende spreekwoordenboeken. Zo maken sommige een vergelijking met stampvoeten (dan maak je ook een hoop herrie, net als wanneer je tekeergaat); poot zou dan oorspronkelijk een voet zijn. Andere zien een verband met op zijn achterste benen staan, dat eigenlijk 'zich fel verweren' betekent. Dan zou poot oorspronkelijk teruggaan op een poot van een dier. Het WNT noemt deze opties echter niet erg waarschijnlijk.

Een verband met pootaan spelen ('flink aanpakken') wordt nergens gelegd; poot betekent hier eigenlijk ook 'hand'.