Waar komt de zegswijze peentjes zweten vandaan?

Peentjes zweten betekent 'erg zweten'. Wie bang of zenuwachtig is, of zich lichamelijk erg heeft ingespannen, kan dus uitroepen: 'Ik zweet peentjes!'

Over de herkomst van deze zegswijze zijn de naslagwerken het niet eens. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) moeten we waarschijnlijk niet aan worteltjes denken, maar aan het woord pint, een inhoudsmaat (ongeveer een halve liter; de verkleinvorm pintje voor een glas bier is nog steeds heel gewoon). Peentjes zweten is volgens het WNT een verbastering van pintjes zweten ('liters zweet verliezen'). Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt ook nog: "Misschien ontstond de vorm peentjes [uit pintjes] toen de pint als maat verdween, en doordat men de rode gelaatskleur van de betrokkene associeerde met peen."

Volgens de Dikke Van Dale (2015) zijn de peentjes in peentjes zweten echter wél worteltjes: "het beeld is dat van in de vorm van peentjes uitlopende grote druppels".

Er zijn nog meer bekende zegswijzen met zweten: water en bloed zweten en etter en bloed zweten. Ook kennen we de uitdrukking bloed, zweet en tranen ('geweldige inspanning', 'moeite', 'ellende'). Deze zegswijzen gaan waarschijnlijk terug op de Bijbel. In Lucas 22:44, een passage over een intens gebed van Jezus vlak voor zijn dood, staat: "Hij werd overvallen door doodsangst, maar bleef bidden; zijn zweet viel in grote druppels als bloed op de grond."