Waar komt de zegswijze iets voetstoots aannemen vandaan?

Iets voetstoots aannemen wil zeggen dat je iets direct (klakkeloos) gelooft, en het verder niet betwijfelt of onderzoekt. Het wordt vaak gebruikt in de vaste verbinding iets niet voetstoots aannemen: 'iets niet zomaar geloven'.

Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) gaat deze zegswijze terug op de vroegere gewoonte van handelaren om bij de aankoop van goederen er met de voet tegenaan te tikken. Zo gaf men aan dat men de hele partij kocht, zonder daaruit een selectie te maken.

F.A. Stoett vermeldt bij voetstoots: "in de uitdrukking voetstoots verkoopen, dat is verkoopen zonder dat de koopers het te voren mogen onderzoeken". De koper moet de koopwaar dus kopen "zooals men het vindt". Volgens Stoett is voor de hand vergelijkbaar, maar daarbij werd meer gedacht aan artikelen die op een tafel of een bank liggen, terwijl bij voetstoots gedacht moet worden aan koopwaar die op de grond is uitgespreid of staat opgeslagen, dus "voor de voet".

Ook het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt een dergelijke herkomst bij voetstoots: "tot koop en verkoop van roerende (zelden van onroerende) goederen: zoo als het daar ligt of men het aantreft, zonder eenige garantie betreffende mogelijke gebreken of tekortkomingen, resp. het nauwkeurige gewicht of aantal; bij den hoop."

De handelsterm voetstoots wordt al sinds het einde van de achttiende eeuw ook in figuurlijke zin ('klakkeloos, zonder iets te onderzoeken') gebruikt.