Waarom noemen we iemand die dom is of iets doms doet een uilskuiken

De uil wordt in veel culturen als een wijs dier beschouwd, maar in andere culturen stond deze vogel juist slecht bekend. In het boek De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis (2008) staat: "Uilen zijn roofvogels, die in het verleden wegens hun gekrijs in de nacht als onheilbrengers werden beschouwd." In het boek Van aalmoes tot zwijntjesjager (1980) staat iets dergelijks: de uil werd door "zijn geruisloos nachtelijk vliegen en om het naargeestige geluid dat hij voortbrengt door vele volkeren gevreesd".

Uit het Woordenboek der Nederlandsche Taal blijkt dat uil vroeger als scheldwoord werd gebruikt, onder meer voor 'sukkel', 'botterik', 'vlegel' en 'onbeduidend persoon'. Het woord uilskuiken is een versterking van uil in dergelijke betekenissen: een uil is al dom, dus dan is een uilskuiken helemáál onnozel. (Hetzelfde is gebeurd in 'Wat een ezelsveulen!': een ezel staat al bekend als dom; een ezelsveulen is dan extra dom.) Waaróm de uil dan zo dom en onbeduidend zou zijn, wordt helaas niet duidelijk. Mogelijk werd de wat wezenloze, starende blik van het dier gezien als teken van domheid. In een handschrift uit de vijftiende eeuw gaat het er vooral om dat de uil zo lelijk zou zijn: "alle andere voghelen haten desen hule (= uil) omme datti leelic es, ende daer omme soo vliecht desen voghele bi nachte". 

Volgens de oude Grieken was de uil juist een bijzonder wijs dier. De Griekse godin Pallas Athene, onder meer de godin van de wijsheid en de beschermgodin van de Griekse hoofdstad, werd vaak afgebeeld met deze vogel. De dichter Homerus noemde haar 'Athena glaukopis'; glaukopis betekent 'met uilenogen'. Volgens Van Dale (2005) deed hij dit waarschijnlijk omdat zij in de oertijd in de gedaante van een uil werd voorgesteld.