Is 'Ze maken mij de pis niet lauw' (uit het carnavalsliedje van Theo Maassen) een vaste uitdrukking?

Ja. 'Ze maken mij de pis niet lauw' ontbreekt weliswaar in de meeste spreekwoordenboeken, maar wordt in elk geval wel vermeld in De Brabantse Spreekwoorden (1988). 'Gij maakt mijn pis niet werm/lauw' wordt hierin omschreven als "je maakt mij niet bang; je daagt me niet uit; ik ben niet onder de indruk". Er staat bij dat deze zegswijze in Brabant voor het eerst is aangetroffen/gehoord in 1984. Een specifiek Brabantse zegswijze is het echter niet. In het Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (2002) van Marc De Coster staat een oudere vindplaats, namelijk de Vliegende Hollander (het blad van de Koninklijke Luchtmacht) uit 1970.

In Onze Taal van juni 1970 werd 'Ze maken mij de seik niet meer lauw' genoemd (betekenis: 'ik word er niet meer kwaad door'), een uitdrukking die ook al in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) voorkomt. Volgens Van Dale (2005) heeft iemand de zeik lauw maken een nog wat sterkere betekenis: "iemand tergen tot het uiterste". Van Dale neemt de zegswijze voor het eerst op in de dertiende druk (1999).

Hoe 'Ze maken mij de pis niet lauw' ontstaan is, wordt nergens vermeld. Omdat er een Brabantse variant met warm/werm bestaat, ligt het voor de hand lauw op te vatten als 'nog niet eens warm'. Dan zou er oorspronkelijk iets bedoeld zijn als: 'ik blijf 'koel' en onbewogen onder wat er gebeurt'.