In het enkelvoud gebruik je altijd andere als je naar een eerdergenoemd woord verwijst. Bijvoorbeeld:

  • De twee foto’s zijn bijna hetzelfde, maar de ene foto is scherper dan de andere.
  • Het ene kind leert sneller fietsen dan het andere.

De twijfel ontstaat als andere naar een meervoud verwijst. Hieronder vind je meer uitleg over wanneer er een meervouds-n achter andere komt, en wanneer niet.

Altijd andere bij verwijzing naar niet-personen

Er komt geen meervouds-n achter andere als je ermee verwijst naar dingen, landen, steden, instanties, dieren, enz. die je eerder genoemd hebt. Kortom: als je niet naar personen verwijst.

Voorbeelden:

  • Deze medailles maken me trotser dan alle andere die ik behaald heb.
  • Sommige bedrijven zijn veel winst blijven maken, terwijl andere het moeilijk hadden.
  • Ondernemingsraden in de zorg zijn vaak actiever dan andere.
  • Deze broeken met een hogere taille staan me veel beter dan die andere.
  • De honden die de puppycursus hadden gedaan luisterden beter dan de andere.

Als je in deze zinnen anderen gebruikt, geldt dat als een (kleine) taalfout.

Anderen bij verwijzing naar personen (zelfstandig gebruik)

Anderen met een meervouds-n is goed als je ermee naar personen verwijst én als je het zelfstandig gebruikt. Met dat laatste is bedoeld: er staat geen zelfstandig naamwoord achter waar anderen iets over zegt, en het is ook niet vlak daarvoor genoemd. Bijvoorbeeld:

  • Ik begrijp eigenlijk nooit wat anderen van me verwachten. (‘andere mensen’)
  • Mijn auto is zuiniger dan die van anderen omdat ik hem goed onderhoud. ( ‘van andere mensen’)
  • Ik belde eerst mijn vader op en toen alle anderen. ( ‘alle andere familieleden’, ‘alle andere bekenden’)
  • Als jij begint, durven de anderen vast ook mee te doen. (‘andere mensen die toekijken’)

Andere bij verwijzing naar personen (niet-zelfstandig gebruik)

Er zijn twee gevallen waarin andere wél naar meerdere personen verwijst en er toch geen meervouds-n achter komt. Het eerste geval zie je in zinnen als:

  • Mijn collega’s van de eerste verdieping zijn net zo aardig als de andere collega’s.
  • Er waren cursisten die veel vragen stelden. Andere cursisten luisterden vooral.

In andere collega’s en andere cursisten worden de personen waar andere iets over zegt, er direct achter genoemd. Dan voeg je geen -n toe, omdat andere niet zelfstandig wordt gebruikt.

Het tweede geval is als je naar personen verwijst die net daarvoor zijn genoemd. Ook dan is andere niet zelfstandig gebruikt. Je denkt de bedoelde personen er namelijk achter. Bijvoorbeeld:

  • Mijn collega’s van de eerste verdieping zijn net zo aardig als de andere op de begane grond. (‘als de andere collega’s op de begane grond’)
  • Er waren cursisten die veel vragen stelden. Andere luisterden vooral. (‘andere cursisten’)

Door in deze zinnen andere te schrijven (zonder -n) geef je dus aan dat je verwijst naar eerdergenoemde personen. Op zichzelf zijn deze zinnen ook mogelijk:

  • Mijn collega’s van de eerste verdieping zijn net zo aardig als de anderen op de begane grond. (‘als de andere mensen op de begane grond, onder wie misschien ook collega’s’)
  • Er waren cursisten die veel vragen stelden. Anderen luisterden vooral. (‘andere aanwezigen, onder wie misschien ook cursisten’)

Anderen is hier niet fout, maar je maakt minder goed duidelijk of je nu alleen de collega’s en de cursisten bedoelt, of ook andere mensen.

Twijfelgeval: wel of niet zelfstandig gebruikt?

Er zijn gevallen waarin het moeilijk is om te bepalen of je andere of anderen moet schrijven. Bijvoorbeeld deze alinea:

  • Tien medewerkers zijn tot heel laat gebleven. Dat waardeer ik zeer! Het was nu eenmaal een spoedklus en het was dus even alle hens aan dek. Wat ik ook geweldig vond, is dat anderen de volgende dag een uur eerder zijn begonnen.

Hier heeft anderen de voorkeur. Het verwijst weliswaar naar medewerkers uit de eerste zin, maar dat woord staat ver weg. Je helpt je lezer dan meer door anderen te schrijven, waarmee je laat zien dat je meerdere personen bedoelt. Het helpt minder om andere te gebruiken. Je lezer is het woord medewerkers uit de eerste zin namelijk al een beetje kwijt, en vult het dus niet zo gemakkelijk in achter andere.

Er is niet echt houvast te geven over wannéér lezers ‘te ver’ moeten terugkijken en je dus het best de zelfstandige meervoudsvorm anderen kunt gebruiken. Het is het best om bij jezelf na te gaan wat het prettigst leesbaar is.

Onder andere(n), vele(n), weinige(n), enkele(n), sommige(n)

Hetzelfde verschil als tussen andere en anderen bestaat bij onder andere / onder anderen, vele/velen, weinige/weinigen, sommige/sommigen en enkele/enkelen. Je ziet het ook bij de langste en de langsten.

Bij alle(n) en beide(n) zie je dit verschil ook, maar bij deze woorden zijn de regels net iets anders.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!