De idee zie je eigenlijk alleen in filosofische, sociologische of godsdienstige teksten. Bijvoorbeeld: ‘De idee van God als Schepper is al eeuwen oud’ en ‘Wat blijft er over van de idee van de maakbare samenleving?’

Het idee: ‘mening’, ‘plan’

Het idee betekent onder andere ‘opvatting, mening’ en ‘gedachte, inval, plan’. Deze betekenissen heeft idee in de praktijk meestal. Voorbeelden:

  • Naar mijn idee gaat het best goed.
  • Het was een goed idee om dit jaar naar Spanje te gaan.
  • Dat idee van haar is briljant.
  • Het idee achter de WIA is dat iedereen kan werken.

De idee: ‘filosofisch inzicht’

De idee betekent ‘filosofisch, godsdienstig of sociologisch denkbeeld, inzicht of principe’. Voorbeelden:

  • De filosoof Kant heeft de idee uitgewerkt dat subjectiviteit de basis is van objectieve kennis.
  • Ik ben een aanhanger van de idee dat dé werkelijkheid niet bestaat.
  • De idee van een goddelijk ‘moreel eindoordeel’ over de levenswandel van een overledene, is wijdverbreid.

Overigens komt ook het idee weleens voor als filosofisch begrip. Bovendien komt de idee geregeld voor als er ‘mening’ of ‘plan’ bedoeld is. In de praktijk lopen de idee en het idee dus nogal door elkaar. De woordenboeken maken het onderscheid tussen het idee en de idee echter nog steeds.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail