Het is alweer tien jaar geleden dat Toon Hermans overleed, de man die zijn publiek aan het lachen maakte met lichtvoetige onzin en die hen ontroerde met het kleine geluk. Deze week verschijnt zijn biografie.

Raymond Noë | 2 november 2010

Toon Hermans is onverminderd populair. Misschien niet direct vanwege zijn liedjes en theatershows, maar in ieder geval door zijn gedichtjes. Die kom je op zowel trouw- als rouwkaarten tegen, want Toon wist het mooi te zeggen.

"Een dag zonder jou is een tuin zonder bloemen." "Nu je mijn handen niet meer aan kunt raken, raak je mijn hart nog duidelijker aan." "Vrede is een kind dat glimlacht als je ernaar kijkt." Het is allemaal erg waar en herkenbaar.

Kolder

En het is eerlijk en eenvoudig. Grote woorden, daar hield hij niet van, en van grote onderwerpen ook niet. In zijn shows ging het eigenlijk over niets. Niet over politiek en andere maatschappelijke problemen, maar over de kleine dingen die het leven aangenaam maken. En er mocht gelachen worden. Graag zelfs.

Het publiek pieste soms letterlijk in z'n broek omdat hij maar door bleef ouwehoeren over een gehaktbal of over een stoel waar zijn zus op gezeten had. Onzin en gekte was het. Kolder.

Smoesjes d'amore

Onzin en gekte vind je ook in zijn 'kolderliedjes'. Die waren een specialiteit van hem. Het waren liedjes die Frans of Italiaans klonken, maar dat niet waren. Met teksten als "Notte belle margarinetta, moetje wattoore. Notte belle margarinetta, smoesjes d'amore." Of in pseudo-Frans: "Et tu un plat qui couc madame un plat qui couc, un beauté ram."

Ook in zijn conférences speelde hij graag met de klankovereenkomsten tussen allerlei buitenlandse talen en het Nederlands: "Wij zeggen 'nee', en de Fransen zeggen ook 'nee', alleen, daar moet u op letten, als de Fransen 'nee' zeggen, dan bedoelen ze niet 'nee', dan bedoelen ze 'neus'."

Biografie

Komende vrijdag verschijnt de biografie van Toon Hermans, van de hand van Jacques Klöters, die hem goed gekend heeft. Het boek, dat gewoon 'Toon' heet, gaat over zijn lange carrière en zijn vele successen, en over zijn leven en zijn grote liefde (zijn vrouw Rietje).

Uiteraard gaat het ook over de kolderliedjes en over het Frans en het Italiaans, en opeens meldt Klöters dan bijna terloops: "Zijn brein bezat een eigenschap die synesthesie wordt genoemd (...). Mensen die dat hebben, horen muziek als ze woorden lezen en zien kleuren als ze muziek horen of omgekeerd. Toon hoorde muziek in de woorden. (...) Hij kon de klinkers van de taal ook in kleuren zien en strooide graag een hand betekenisloze klanken in het rond alsof het felgekleurd kinderspeelgoed was."

Synesthesie

Klöters besteedt er opmerkelijk genoeg verder geen aandacht aan in zijn boek. Terwijl die synesthesie juist zo kenmerkend is voor Toon Hermans: hij strooide als geen ander met klanken en kleuren. En die haalde hij dus uit wat hij zag en hoorde. In zijn lied 'De dingen´ zingt hij erover:

Een glas, een fles, een schoen, een tulp
Ik hoor ze soms heel zachtjes fluisteren
Ik sta naar een banaan te luisteren
Of naar de knopen van m'n gulp

Hij hoorde overal muziek in. En hoe kan het ook anders met zo'n naam. Toon.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal