Het kostte wat het kost / het koste wat het kost / koste wat het kost / kost wat kost
Ze zijn niet allemaal goed. Juist zijn: het koste wat het kost en de kortere vormen koste wat het kost en koste wat kost.
(Het) koste wat (het) kost is een vaste uitdrukking met de betekenis: 'het mag zoveel tijd/moeite/geld kosten als het kost'. Bijvoorbeeld in 'Frederik wil koste wat (het) kost kaartjes hebben voor het concert' en 'Het koste wat het kost, maar ik wil Mount Snowdon beklimmen.' Koste is hierin een werkwoordsvorm die we de aanvoegende wijs (ook wel conjunctief) noemen. De aanvoegende wijs vormen we door de slot-n van het hele werkwoord af te halen: kosten wordt koste.
Kost wat kost wordt als minder juist gezien omdat de aanvoegende wijs koste hier 'verminkt' zou worden. Het wegvallen van de e bij deze vorm komt echter vaker voor: in dat haal je de koekoek moet haal ook gelezen worden als hale.
In Vlaanderen stuit de verkorte vorm kost wat kost soms op kritiek omdat het een leenvertaling zou zijn van het Franse coûte que coûte.
Het kostte wat het kost is onjuist: kostte is de verledentijdsvorm van kosten, en alleen de aanvoegende wijs koste heeft de betekenis 'het moge/mag kosten'. De verleden tijd kostte is uiteraard wel juist in zinnen als 'Het kaartje kostte 70 euro' en 'Het kostte me een dag, maar ik heb Mount Snowdon beklommen.'
Verwante adviezen
- Alle collega’s gelieve / gelieven
- Het ga je goed / het gaat je goed
- Dat haal je de koekoek
- Leve / leven de kinderen!
- Ware het niet dat
- Het zij zo / het zei zo




