Nutteloze feitenkennis / nuttelozefeitenkennis
Het is allebei te verdedigen. Het is mogelijk nutteloze alleen te betrekken op feiten; het geheel betekent dan 'kennis van nutteloze feiten'. Zo bezien is nuttelozefeitenkennis juist, net zoals vreemdetalenkennis ('kennis van vreemde talen'). Een verduidelijkend streepje na het eerste deel van zo'n samenstelling mag ook: nutteloze-feitenkennis, vreemde-talenkennis.
Maar ook voor de schrijfwijze nutteloze feitenkennis (met spatie) valt veel te zeggen. Dan gaat het om 'kennis die nutteloos is' (en dan meer bepaald om 'kennis van feiten die nutteloos is'). Nutteloze staat nu als bijvoeglijk naamwoord los voor feitenkennis, enigszins vergelijkbaar met enorme en gebrekkige in enorme feitenkennis en gebrekkige feitenkennis.
In het Witte Boekje en (dus) op deze website en in ons tijdschrift Onze Taal wordt in dit soort gevallen (waarin er geen wezenlijk betekenisonderscheid te maken is tussen de aaneengeschreven variant en de variant met spatie) gekozen voor de schrijfwijze met spatie. Meer voorbeelden:
- commerciële radiostations
- digitale fotoservice
- droge feitenkennis
- geestelijke gezondheidszorg
- lage rugpijn (Van Dale (2005) vermeldt lagerugpijn)
- maatschappelijke stageplaats
- medische noodsituatie
- Nederlandse taalgebied
- parlementaire enquêtecommissie
- posttraumatische stressstoornis
- posttraumatisch stresssyndroom
- pure chocolade-eitjes
- sociale huurwoning
- sociale netwerksite
- structurele werkloosheidsgraad
- tamme kastanjeboom
- Texelse schapenwol
- vaste vriendenkring
- wilde kastanjeboom




