Je hoort mensen weleens zeggen dat ze hand-en-spandiensten hebben verricht. Wat zijn hand-en-spandiensten eigenlijk?

Hand-en-spandiensten verrichten betekent 'allerlei (losse) werkzaamheden uitvoeren', 'allerlei (vaak kleinere) klussen doen'. 

Oorspronkelijk waren hand-en-spandiensten een vorm van belasting in natura. Handdiensten waren werkzaamheden die met de hand verricht konden worden, en spandiensten waren de werkzaamheden die iemand kon verrichten die over een paard of een span paarden beschikte.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij handdienst: "Dienstbetoon door het verrichten van persoonlijken arbeid, gewoonlijk met eenig gereedschap (spade, hoosvat, voetplanken, kruiwagen en dergelijk), tot het maken, onderhouden of herstellen van wegen, waterlossingen, dijken en dergelijke, hetwelk hier en daar in Noord-Nederland ook tegenwoordig nog van de ingezetenen, bij wijze van belasting in natura, door de plaatselijke overheid kan gevorderd worden. Bijna uitsluitend in het meervoud [handdiensten] voorkomende." En even verderop: "Als benaming voor een vorm van dienstpacht, te weten voor zeker verplicht dienstbetoon in handenarbeid, door den landheer bij, of boven de pacht bedongen. Nog hier en daar in Gelderland." Deze omschrijvingen zijn in 1898 gepubliceerd. 

Bij spandienst (in een artikel dat in 1933 werd geschreven) staat: "Verplichte dienst, bestaande in het beschikbaar stellen van een span (...) of van de noodige spannen [paarden]."

Het WNT spelt overigens hand- en spandiensten, met maar één streepje. Dat is logisch, omdat het vroeger echt om verschillende diensten ging. Tegenwoordig wordt hand-en-spandiensten alleen nog figuurlijk gebruikt in de betekenis 'klusjes'. Het is daardoor een onlosmakelijk geheel geworden, enigszins vergelijkbaar met bijvoorbeeld winst-en-verliesrekening.